Gezichten van de boerennatuur: Martine Bijman over hoe ze bruggen bouwt tussen boer en klimaat

Als projectleider bij Water, Land & Dijken beweegt Martine Bijman zich dagelijks tussen beleid en praktijk. Haar werk draait om meer dan alleen regels en subsidies: het gaat om mensen, vertrouwen en toekomstperspectief. Vanuit haar gedrevenheid om de agrarische sector in het veenweidegebied te behouden, begeleidt ze boeren bij grote en kleine veranderingen. Want verduurzamen is nodig, daar is ze van overtuigd. Maar het moet ook kunnen en juist die balans vinden, maakt haar werk uitdagend én waardevol.

In een landschap dat onder druk staat, helpt Martine boeren stappen te zetten richting een beter klimaat: voor henzelf, voor de natuur en voor de generaties na hen. Wat Martine betreft is het ook goed voor de openheid van het gebied, de koeien en de boeren die van zo hun werk houden. “Ik gun dat ze dat kunnen blijven doen”. Al  achttien jaar werkt ze bij Water, Land & Dijken, een vereniging die zich inzet voor weidevogels, een aantrekkelijk landschap, schoon water en een gezonde bodem, in samenhang met een toekomstbestendige agrarische sector. Als projectleider is ze verantwoordelijk voor het opzetten en uitvoeren van uiteenlopende projecten. Dat begint vaak met het aanvragen van subsidies: een proces dat complex en bureaucratisch kan zijn. “Mijn uitdaging is om die regelingen begrijpelijk te maken, want van al die wollige teksten worden boeren niet vrolijk”.

Veenweiden

Eén van de belangrijkste projecten waar Martine momenteel aan werkt, is de regeling ‘Samenwerking in veenweiden en Natura 2000-overgangsgebieden’, die als doel heeft de uitstoot van stikstof en CO₂ te verminderen. Om boeren te motiveren mee te doen, organiseert ze kennisbijeenkomsten, excursies en praktische sessies waarin ze leren hoe ze de maatregelen kunnen toepassen in hun eigen bedrijf. Uit ervaring weet ze dat theorie vertalen naar praktijk, het beste werkt. Een goed voorbeeld daarvan is een waterinfiltratiesysteem bij een deelnemende boer te laten zien: een systeem van ondergrondse buizen die het perceel nat houden. Dat is cruciaal, want droge veenbodems stoten meer CO₂ uit. Door het grondwaterpeil te verhogen, wordt die uitstoot aanzienlijk verminderd. Ondanks dat de regeling vorig jaar pas is ingegaan, ziet ze de bewustwording al groeien. “Boeren zijn anders gaan kijken naar hun bedrijfsvoering en bewuster bezig met bemesting en waterbeheer”. De effecten ervan zijn nu al zichtbaar.

Toch is er ook terughoudendheid bij deelnemers, want het moet economisch wel haalbaar zijn. “Koeien geven geen extra melk van een waterinfiltratiesysteem, dus er moet een vergoeding tegenover staan”. Momenteel doen er zo’n 150 boeren mee aan de regeling: ook een aantal buiten het gebied. Er valt dus nog veel te winnen. En ook veel te leren ontdekte Martine onlangs in de praktijk. “Er was een groep die dacht dat hun grond al nat genoeg was, totdat metingen uitwezen dat de bodem tot wel 120 centimeter onder maaiveld uitdroogde”. Die schrik was genoeg voor ze om in actie te komen. 

‘Bevlogen mensen, met hart voor hun bedrijf’

Martines kracht ligt in haar achtergrond. Haar jeugd bracht ze door op het melkveebedrijf van haar ouders, waarna ze veehouderij studeerde. Alhoewel ze houdt van het boerenleven, koos ze er bewust voor om het familiebedrijf niet over te nemen. “Als boer kun je best eenzaam zijn en ik hou van mensen om me heen”. Ze vindt het prachtig om met boeren te werken. “Het zijn bevlogen mensen, met hart voor hun bedrijf”. Opvallend is dat haar motivatie niet primair ligt bij klimaat of biodiversiteit. “Mijn drijfveer is dat boeren kunnen blijven boeren in dit gebied. Juist daarom zet ze zich in voor projecten die bijdragen aan een toekomstbestendige sector. 

Naast klimaatmaatregelen werkt ze ook aan het natuurcollectief, waarin landbouwgrond wordt omgezet naar natuur. Via subsidies worden boeren gecompenseerd voor waardeverlies en krijgen ze ondersteuning bij de inrichting en het beheer van hun land. “Het mooie is dat je daarmee iets blijvends creëert. Als grond eenmaal natuur is, blijft het natuur”. Dat is belangrijk voor bijvoorbeeld weidevogels, die afhankelijk zijn van een stabiel leefgebied. Tegelijk helpt ze boeren om te begrijpen wat zo’n verandering concreet betekent voor hun bedrijfsvoering. Ze is blij met die mooie projecten maar als ze vooruitkijkt, ziet ze dat er meer nodig is. “Bedrijven zullen natuurinclusiever moeten gaan boeren,” zegt ze. Dat vraagt om ondernemerschap en soms ook om lastige keuzes: dat kost tijd.

Kleine momenten

Wat haar werk bijzonder maakt, zit voor Martine juist in de kleine momenten. “Ik kan intens genieten van het veenweidelandschap: de openheid, de geur van gras, de vogels in de lucht. En ook van koffiedrinken op het land tijdens het maaien, al zittend tegen het trekkerwiel”. Een mooie herinnering aan haar jeugd. “Een gevoel dat staat voor hard werken, maar ook voor genieten van wat je doet”. Dat fijne gevoel is zeker ook van toepassing op Martines werk. Ook al gaat het met kleine stapjes, haar dagelijkse motivatie is om boeren te helpen vooruit te kunnen in een veranderende wereld. En om ze perspectief te bieden dat ze kunnen blijven boeren in mooie veenweidegebied waar ze zo van houden.

Martine spreekt ook op het BoerenNatuur Festival over de veenweidegebieden en hoe we die toekomstbestendig kunnen houden. Lees meer in dit interview.

Naam: Martine Bijman
Functie: Senior projectleider
Collectief: Water, Land & Dijken
Aantal deelnemers:397
Gebied in beheer: 7.691 ha in ANLb
Mooiste waarneming: openheid van het landschap, de geur van gras en de vogels in de lucht

Klik om toegang te krijgen tot de login- of registratiekaas