Gezichten van de boerennatuur
Tekst Babs Bouwman

Harm Kossen is al tien jaar één van de drijvende krachten bij Natuurrijk Limburg achter een landschapsgerichte benadering van het ANLb. Hij is van mening dat je niet moet beginnen bij pakketten of doelsoorten, maar bij het landschap als systeem en ook dat het belangrijk is dat de boer daarin kan blijven bestaan.

Wie Harm Kossen hoort praten over agrarisch natuurbeheer, merkt dat hij zelden in losse maatregelen denkt. Zijn verhaal gaat bijna altijd over samenhang. Over bodem en water, over historie en gebruik, over natuur én economie. “Je moet eerst begrijpen hoe een landschap functioneert”, zegt hij. “Pas daarna kun je bepalen welke keuzes logisch zijn”. Die manier van kijken komt niet uit de lucht vallen. Kossen zag dankzij zijn twee KLM ouders Nederland al op jonge leeftijd vanuit de lucht. Zij stimuleerden zijn interesse voor mens en natuur en dat is altijd zo gebleven.

Bij Natuurrijk Limburg wordt vaak gesproken over werken met een ‘echte ecologische bril’. Voor Harm betekent dat vooral: een landschapsecologische bril. “Ecologie gaat voor mij niet alleen over soorten, maar over hoe bodem, water, landgebruik en menselijk handelen één geheel vormen”. Vanuit die overtuiging voert hij gesprekken. “Het is belangrijk naar alle factoren te kijken. Niet alleen bijvoorbeeld de bodem en hydrologie, maar ook naar het menselijk handelen in een gebied. Dat bepaalt welk landschapstype het is en welke soorten daar van oudsher bij passen”. Per locatie wordt er voor de juiste maatregelen gekozen: echt maatwerk dus. “Bijvoorbeeld een struweelhaag die laag gehouden wordt, kan openheid van het landschap behouden maar meer voedsel en dekking bieden in een open akkerlandschap. En een boerenweitje met paardenbloemen zorgt vroeg in het jaar voor nectar als de schraalgraslanden van de omliggende natuurgebieden die nog niet leveren”.

Harm is uitgesproken over de manier waarop het ANLb soms wordt beoordeeld. “We zijn geneigd om alles langs de meetlat van doelsoorten te leggen. Maar die soorten zijn een resultante van het landschapstype en het landgebruik. Als de basis niet op orde is, kun je met soortgerichte maatregelen weinig bereiken”, vindt hij. Idealiter gezien is het ANLb voor hem de kers op de taart. “Soortspecifieke maatregelen hebben pas echt effect als het omringende landschap minder intensief is en ecologisch beter functioneert”. In Limburg is momenteel zo’n vijf à zes procent van de landbouwgrond in ANLb-beheer. “Dat kan werken voor heel specifieke doelen, maar dan moet het omliggende landschap wel mee”.

Dat spanningsveld is duidelijk zichtbaar in gebieden als de Noordelijke Maasvallei, waar intensieve landbouw nog de norm is. Toch ziet hij juist daar kansen. “Met name in de overgangszones rond Natura 2000-gebieden, zoals de Maasduinen. Die overgangen zijn nu vaak heel scherp. Als je die diffuser kunt maken, kun je ecologisch veel winnen”. Die winst zit volgens hem niet alleen in hectares of pakketten, maar vooral in gesprekken. “Die voeren we aan de keukentafel. Niet alleen over het ANLb-contract, maar over de vraag hoe een ondernemer zijn bedrijf ziet over vijf of tien jaar. En hoe het agrarisch natuurbeheer daarin past en wat dat betekent voor de rest van zijn of haar bedrijfsvoering?”

Harm is heel helder over wat Natuurrijk Limburg níet wil. “We willen geen situatie waarin boeren veredelde natuurbeheerders worden. Boeren moeten boer kunnen blijven en hun grond moet ingezet worden voor voedselproductie. Het ANLb is wel een mooi middel om die productie minder intensief te maken”.

Boeren en natuur hebben een moeizame relatie. “Ze moeten werken met de natuur, maar zijn er ook continu mee in gevecht. Te veel regen, droogte, wind, ganzen, wolven”. Harm ziet landbouw als risicomanagement. Juist daarom ziet hij dat boeren openstaan voor deelname aan het ANLb. “Door mee te doen, zijn ze zeker van een vergoeding en dat is voor hun een manier om risico’s te spreiden”. Dat neemt niet weg dat er grote zorgen zijn, onder andere over het verdwijnen van blijvend grasland. “Ecologisch gezien is dat ontzettend waardevol, voor waterberging, koolstofopslag en biodiversiteit. Maar helaas staat ook het verdienmodel van de melkveehouderij zwaar onder druk. Dat los je niet op met alleen ANLb”. Volgens Harm vraagt dit om een bredere inbedding van agrarisch natuurbeheer in het landbouwbeleid. “Zeker voor jonge boeren is het huidige systeem onvoldoende. Als je gaat extensiveren – of het nou veehouderij of akkerbouw is – lopen je opbrengsten terug. Dan moet daar structureel iets tegenover staan”.

Als strategisch manager houdt Harm zich bezig met die grotere lijnen zoals gebiedsgericht werken en de rol van het ANLb scherp positioneren. Tegelijkertijd blijft hij graag betrokken bij de praktijk. “Ik zit nog regelmatig aan de keukentafel. Niet omdat het moet, maar omdat het leuk is, want daar gebeurt het”. Zijn mooiste waarneming is dan ook niet een zeldzame soort of een mooi landschap, maar een mens. “Een boer die enthousiast wordt omdat er weer korenbloemen in zijn akker staan. Of iemand die zegt dat hij eindelijk weer tijd heeft om naar de veldleeuwerik te luisteren”.  Voor Harm zit daar de essentie in. Dat alle partijen samen werken aan een landschap dat klopt en waar mensen zich mee verbonden voelen. Daar wil hij zich voor inzetten. “Zodat mensen trots zijn op hun omgeving en dat ze die met een gerust hart durven achterlaten voor de volgende generatie”. Niet gedreven door het grote geld, maar door aandacht voor het landschap en elkaar. Dat is uiteindelijk waar het volgens Harm om draait.

Click to access the login or register cheese