Het agrarisch natuurbeheer kan effectiever worden door de focus op doelsoorten te verbreden met de kwaliteit van een leefgebied als geheel. Met ‘habitatscorekaarten’ kan die kwaliteit in beeld worden gebracht en kunnen agrarische collectieven het beheer nog beter uitstippelen en de geschiktheid van nieuwe gebieden beoordelen. Om de uitvoeringslast te verkleinen is het bovendien hoog tijd om ook de controle en verantwoording van het beheer op gebiedsniveau vorm te geven. Daarvoor is een andere vorm van toezicht nodig. Beide verbeteringen zijn uiterst actueel nu het areaal aan agrarisch natuurbeheer vanaf 2026 sterk gaat toenemen.        

In de GLB-pilot Doelgericht ANLb (2021-2024) is onderzocht hoe de gebiedsgerichte aanpak van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) met behulp van habitatscorekaarten effectiever kan worden en hoe de uitvoeringslasten kunnen worden verlaagd. Kern van de aanpak is het centraal stellen van de gebiedskwaliteit, waarbij planning, uitvoering, monitoring, evaluatie, controle en verantwoording op gebiedsniveau worden georganiseerd in plaats van op het niveau van individuele percelen en elementen. De pilot was een samenwerking tussen twee agrarische collectieven (Agrarische Natuurvereniging Oost-Groningen en Natuurrijk Limburg) en BoerenNatuur. 

Beoordelen van habitatkwaliteit cruciaal voor behalen doelen ANLb

Het effect van beheermaatregelen wordt door collectieven gemonitord via de beheermonitoring, de populatieontwikkeling van doelsoorten via de beleidsmonitoring door de provincies. De ontbrekende schakel hierin is de beoordeling van de habitatkwaliteit van een gebied. Niet alleen de kwaliteit van beheerde percelen, maar van een gebied als geheel, inclusief niet-agrarische elementen. Door die kwaliteit in beeld te brengen, kun je sterke en zwakke punten van een gebied identificeren en die kennis meenemen in de (meerjarige) beheerplanning. Als hulpmiddel hiervoor heeft de pilot ‘habitatscorekaarten’ ontwikkeld voor de ANLb leefgebieden open grasland, open akker en dooradering. In overleg met kennispartijen zijn per leefgebied indicatoren vastgesteld en zijn digitale kaartbeelden ontwikkeld, vaak op basis van satellietdata. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld openheid, geschikte broedgewassen voor de veldleeuwerik, graslandproductiviteit en aandeel groenblauwe dooradering. De habitatscorekaarten zijn getest in zeven pilotgebieden bij vier collectieven. Daaruit bleek dat het werken met habitatscorekaarten de collectieven helpt bij de meerjarige beheerplanning, het identificeren van nieuwe kansrijke gebieden en het gesprek met deelnemers en de provincie. Wel is nog doorontwikkeling nodig van de habitatscorekaarten en de bijbehorende digitale kaartbeelden. Maar, zo werd duidelijk, ook nu kunnen collectieven hier al hun voordeel mee doen.

Er is een systeemwijziging nodig voor meer doelbereik van het ANLb

Het ANLb is een collectief stelsel waar het gaat om aanvraag, beschikking en betaling, die via de gecertificeerde agrarische collectieven lopen. De controle en verantwoording van het gevoerde beheer vindt echter – door de Brusselse regels voor deze onderdelen – nog steeds plaats op het niveau van afzonderlijke percelen en beheeractiviteiten. ‘Een collectief stelsel in een individueel keurslijf’, zou je het kunnen noemen. Dit zorgt voor een hoge uitvoeringslast bij zowel collectieven als RVO en gaat ten koste van inzet op ecologische effectiviteit. Naar onze verwachting wordt dit systeem onwerkbaar bij de uitbreiding van het ANLb vanaf 2026. Daarom is het hoog tijd om het gehele stelsel op gebiedsniveau te organiseren, zeker nu ook andere landen (zoals Duitsland) een collectieve aanpak gaan invoeren in het agrarisch natuurbeheer.

Een structurele oplossing hiervoor ligt in het aanpassen van de Brusselse richtlijnen voor controle en verantwoording, maar dat is een zaak van lange adem. Op korte termijn zou Nederland zelf een andere vorm van toezicht (‘systeemtoezicht’) kunnen invoeren. Daarbij maakt de overheid in veel sterkere mate dan nu gebruik van gegevens die de collectieven toeleveren. Dat past goed in de voortschrijdende doorontwikkeling van het ANLb en van het werk van de collectieven.

De pilot Doelgericht ANLb is gefinancierd door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling en het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

Lees meer over de habitatscorekaarten.

De eindrapportage van de pilot is te vinden op https://anog.nl/rapportages onder het kopje ‘Pilot Doelgericht ANLb”

Click to access the login or register cheese