Het kabinet heeft haar nieuwe plannen voor landbouw, natuur en stikstof gepresenteerd. Over het agrarisch natuur- en landschapsbeheer en de geplande uitbreiding staan er geen nieuwe dingen ten opzichte van wat er in het coalitieakkoord stond. Wel verandert de beleidscontext waarbinnen het ANLb moet functioneren vanwege de mogelijke nieuwe regels, zoals met betrekking tot zonering. We weten nog niet wat daarvan de impact zal zijn, omdat alle belangrijke details de komende maanden nog moeten worden uitgewerkt.
Onderstaand een toelichting op enkele belangrijke punten uit de plannen.
Vijf hoofdlijnen
Het kabinet heeft op 26 juni jl. een omvangrijk maatregelenpakket gepresenteerd voor landbouw, natuur en stikstof. Het doel is om voldoende natuurherstel te realiseren, zodat de vergunningverlening weer op gang kan komen. Het maatregelenpakket bestaat uit 5 hoofdlijnen:
- emissiereductie in de landbouw, industrie en mobiliteit
- samen met boer, keten en regio vooruit
- inzet in en rond kwetsbare natuur- en watergebieden
- aan de slag met natuurherstel
- ruimte voor vergunningverlening
Een generiek en een gebiedsgericht spoor
Naast een generiek spoor met bedrijfsspecifieke emissienormen, nationale emissieplafonds en een grondgebondenheidsnorm bestaat het pakket voor een belangrijk deel uit een gebiedsgerichte aanpak in zones rondom Natura 2000-gebieden, kwetsbare watergebieden en veenweidegebieden. In die gebieden moet de landbouw een aanzienlijke vermindering van emissies en nutriëntenverliezen realiseren.
In zones rondom Natura 2000-gebieden, die pas later definitief vastgesteld worden, komen er – naast de bedrijfsspecifieke emissienormen die overal gelden – aanvullende regels voor plantaardige teelten en grondgebonden veehouderijsystemen, met name de melkveehouderij. Daarbij gaat het onder andere om regels over veebezetting, mestplaatsingsruimte, het gebruik van (kunst)mest en van gewasbeschermingsmiddelen. Gebieden kunnen tot uiterlijk 1 januari 2028 met een eigen gebiedsaanpak komen die hetzelfde doelbereik realiseert. Welke aanvullende regels uiteindelijk gaan gelden en hoe deze zich precies verhouden tot een gebiedsaanpak, moet nog verder worden uitgewerkt.
In kwetsbare watergebieden, zoals beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden, moet de waterkwaliteit op orde gebracht worden. Daarbij gaat het om het verminderen van de uit- en afspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen naar het grond- en oppervlaktewater. In deze gebieden wordt ingezet op extensivering, waarbij “grotendeels” wordt aangesloten bij de aanpak in zones rondom Natura 2000-gebieden.
In veenweidegebieden worden de huidige veenweideprogramma’s van provincies voortgezet. Deze zijn gericht op hydrologisch herstel en het tegengaan van bodemdaling.
Daarnaast zijn er vijf prioritaire gebieden waar sinds 2025 Rijk en provincies samen aan een gebiedsgerichte aanpak werken om de uitvoering te versterken en te versnellen: de Veluwe, de Peel, Noordwest-Overijssel, Hart van het Noorden en het Groene Hart.
Ondersteuning voor boeren
Agrariërs krijgen volgens de plannen de komende jaren de mogelijkheid om “stapsgewijs” hun bedrijfsvoering aan te passen. Ze krijgen daarbij “ruimhartige ondersteuning” om te kunnen kiezen uit verschillende ontwikkelrichtingen: innoveren, extensiveren, omschakelen, verplaatsen of stoppen. Hoewel er verschillende ondersteunende instrumenten worden genoemd, is de concrete invulling daarvan nog onduidelijk.
Het ANB/ANLb in het maatregelenpakket
Het pakket bevat geen nieuwe beleidsvoornemens voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb). Wel wordt agrarisch natuurbeheer (ANB), waaronder het ANLb, op meerdere plaatsen genoemd als instrument dat kan bijdragen aan natuurherstel, waterkwaliteit, klimaat en een toekomstbestendige landbouw. Ook bevestigt het kabinet de voorgenomen uitbreiding van het ANB uit het coalitieakkoord. Na de zomer volgt er een Kamerbrief met meer details daarover.
Dat er geen nieuwe dingen in staan over het ANLb zelf wil niet zeggen dat er niets zal veranderen in de uitvoering van het ANLb. Het kan zijn dat de nieuwe regels bepaalde maatregelen verplicht gaan stellen die overlappen met het ANLb. Als dat zo is, dan kunnen die maatregelen niet meer vergoed worden via het ANLb, omdat het ANLb alleen bovenwettelijke maatregelen mag vergoeden. Hoeveel ruimte er overblijft voor inzet van het ANLb hangt af van de concrete uitwerking de komende maanden. Op dit moment kunnen we dus niet goed inschatten wat de gevolgen van dit maatregelenpakket zijn voor collectieven en deelnemers. Wij zijn hierover in gesprek met het ministerie van LVVN.
BoerenNatuur zal zich blijven inzetten voor maximale inzet van het ANLb onder de juiste randvoorwaarden, zoals concurrerende vergoedingen, een bedrijfstoeslag bij een groter aandeel beheer op bedrijfsniveau, langjarige zekerheid en voldoende flankerend beleid. Wij nemen onder andere deel in de maatschappelijke klankbordgroep van de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof die de plannen verder uit gaat werken en hebben met regelmaat contact met het ministerie om onze aandachtspunten en zorgen voor het voetlicht te brengen.
Terugkoppeling debat 1 juli
Op 1 juli heeft de Tweede Kamer gedebatteerd over het maatregelenpakket. Vanuit veel partijen is er forse kritiek gekomen, met name op de zones van 1.000 meter rondom Natura 2000-gebieden en de grondgebondenheidsnorm, die volgens deze partijen onvoldoende onderbouwd zijn. De meeste partijen hebben begrip voor het feit dat er een omvangrijk maatregelenpakket nodig is, maar ze vinden de gekozen combinatie van én generiek én gebiedsgericht beleid te zwaar. Gebiedsgericht beleid moet volgens hen voorop staan, en generiek beleid moet niet meer dan ondersteunend zijn. De minister houdt vol dat het pakket één geheel is, maar gaf wel aan dat het pakket de komende tijd nog gedetailleerd wordt uitgewerkt en zo nodig op punten nog verbeterd kan/zal worden als daar voldoende onderbouwing voor is. Ook benadrukte hij de mogelijkheid om met een eigen gebiedsaanpak te komen, mits daarmee aantoonbaar hetzelfde doelbereik gehaald kan worden.
Het vervolgproces
De komende zes maanden staan in het teken van de verdere uitwerking van het maatregelenpakket. Het Rijk, de provincies en waterschappen moeten samen met alle andere betrokken partijen concreet gaan maken welke regels waar precies gaan gelden, welke instrumenten waar ingezet (kunnen) worden en onder welke randvoorwaarden. Bepaalde regels, die landelijk overal moeten gaan gelden, zal het Rijk zelf vaststellen. De zoneringsaanpak wil het kabinet al in 2027 vaststellen en vastleggen in instructieregels voor provincies, al dan niet in combinatie met algemene Rijksregels. Met deze instructieregels geeft het Rijk aan provincies de opdracht om de zones vast te leggen en er regels voor te stellen. Diverse provincies hebben al eigen plannen klaarliggen. In het maatregelenpakket wordt specifiek verwezen naar de zoneringsaanpak van Gelderland.
De mogelijkheid om via gebiedsprocessen met een eigen gebiedsaanpak te komen, biedt ruimte voor gebiedsspecifiek maatwerk. Volgens de stukken moet een gebiedsaanpak in ieder geval “eenzelfde mate van borging en doelbereik” hebben als de aanpak van de overheid, en mag het niet tot meer kosten leiden. Welke voorwaarden hieraan gesteld worden en welke rol collectieven hier eventueel in kunnen/willen spelen, zal de komende maanden duidelijk worden.
Meer info:
- deze website licht toe wat de plannen betekenen voor specifieke sectoren, voor zover nu bekend.
- dit bericht van Nieuwe Oogst noemt 10 belangrijke punten/gevolgen
- persbericht Interprovinciaal Overleg
- persbericht LTO Nederland
- persbericht NAJK
