Over de verspreiding van de wezel, hermelijn en bunzing in Friesland is nog weinig bekend. Daardoor is het lastig om vast te stellen hoe het met deze kleine marterachtigen gaat. Om meer inzicht te krijgen, is de provincie in 2021 gestart met een onderzoek naar de verspreiding van deze soorten. Aanvankelijk zou de monitoring tot en met 2024 plaatsvinden. Inmiddels is het onderzoek verlengd en loopt het door tot en met 2027.

Cameravallen

Omdat kleine marterachtigen zich moeilijk laten waarnemen, wordt voor de monitoring gebruikgemaakt van cameravallen. Verspreid over de provincie worden in 50 zogenoemde uurhokken in totaal 170 camera’s ingezet. De camera’s worden geplaatst op locaties waar de kans om een kleine marterachtige vast te leggen het grootst is, bijvoorbeeld bij dammen, loopplanken over sloten en langs houtwallen.

Monitoren van de aanwezigheid

Kleine marterachtigen zijn in het najaar goed te monitoren, omdat de aantallen dan het grootst zijn. Zowel de jongen van dit seizoen, als de oudere dieren zijn (voor de kou invalt) nog in leven. De cameravallen worden daarom gedurende deze periode in het veld geplaatst, globaal van half september tot half november. Na afloop worden de beelden bekeken en wordt per locatie geregistreerd welke kleine marterachtigen zijn waargenomen en hoe vaak.

Een deel van de cameravallen wordt geplaatst op gronden van ELAN-deelnemers. Daarnaast worden camera’s ingezet op terreinen en eigendommen van terreinbeherende organisaties. De ELAN-deelnemers op wiens grond een wildcamera wordt geplaatst, zijn hierover vooraf geïnformeerd.

Wezel. Foto: Saxifraga/Piet Munsterman.

Lees het onderzoek.

Klik om toegang te krijgen tot de login- of registratiekaas