Bij BoerenNatuur geloven we dat elke boer die dat wil, een boterham moet kunnen verdienen met natuurinclusieve landbouw. Monitoring speelt hierin een cruciale rol: het biedt inzicht in de resultaten van beheermaatregelen en hun impact op natuur en milieu. Door systematisch gegevens te verzamelen, kunnen boeren en collectieven beter leren, evalueren en sturen op effectiviteit.  

Monitoring vormt de basis voor goed, lerend beheer. Het gaat niet alleen om het vastleggen van wat je doet, maar ook om meten wat het effect daarvan is op je omgeving en doelsoorten, die er leven. Door inzicht te krijgen in de impact van beheermethoden, kunnen boeren en collectieven maatregelen verbeteren en aantonen welke resultaten worden geboekt. Dit is belangrijk voor zowel regionale als landelijke doelen binnen het ANLb. Om een goede feitenbasis te hebben, zal je deze gegevens moeten verzamelen op een systematische manier, monitoring. Deze gegevens kan je vervolgens gebruiken om het beheer te kunnen evalueren, maar ook om te bepalen of maatregelen leiden tot de gewenste impact.

Uniform monitoren

Het wordt dan ook steeds duidelijker dat het monitoren van de resultaten steeds belangrijker wordt We willen helder hebben wat het ANLb oplevert. De beste manier om dat te doen, is door te zorgen dat we als collectieven en BoerenNatuur onze eigen monitoring op orde hebben en nog beter kunnen inzetten voor het lerend beheer. Door als collectieven op een uniforme manier te monitoren, komt er meer data beschikbaar die onderling ook goed vergelijkbaar is en kunnen collectieven ook in gezamenlijkheid lerend beheren. Als laatste, hoe meer data er gestandaardiseerd wordt verzameld, hoe beter we met z’n allen kunnen aantonen wat de effecten van het ANLb zijn, zowel op regionaal als landelijk niveau.

Tijdens de ALV in november 2024 is de visie en ambitie voor de doorontwikkeling monitoring aangenomen en kunnen we als BoerenNatuur en collectieven meer stappen nemen richting een samenhangend monitoringssysteem. 

Een samenhangend monitoringssysteem

Wat is daarin belangrijk? Om de monitoring niet alleen op de te behalen doelen te richten, maar juist de ontwikkeling van de ecologische condities binnen een gebied te volgen, is een goede beheermonitoring cruciaal. Deze monitoring kan zowel op het niveau van een beheereenheid, als op gebiedsniveau door factoren van de habitatkwaliteit te meten. Als basis voor de beheermonitoring moet ook de uitvoer van het beheer goed worden vastgelegd en hoe de samenhang van beheer in een gebied is meegenomen. Voor effectief lerend beheren is het van belang om inzichtelijk te hebben wat het directe effect van het beheer is op de ecologische kwaliteit van een element, als ook de ecologische condities in een gebied. Aanvullend kan het doelbereik worden bepaald met gegevens uit de doelsoortenmonitoring, maar kan dit ook worden meegenomen om het beheer mee te evalueren (Fig. 1). 

Figuur 1: Verschillende vormen van monitoring binnen het monitoringssysteem van het ANLb. Voorbeeld van opeenvolging van in te winnen informatie, ook toepasbaar voor categorie Water en Klimaat. 

Door de monitoring in samenhang in te richten en gegevens van deze verschillende schaalniveaus samen te brengen kan een collectief nog beter leren waarom het beheer wel of niet leidt tot het gewenste effect op specifieke plekken. Door dit landelijk gestandaardiseerd aan te pakken kunnen collectieven onderling vergelijken met andere plekken in eenzelfde leefgebied. Door een uniforme werkwijze te hanteren, kunnen we landelijk een beter beeld krijgen van de directe effecten en de impact op de lange(re) termijn van het ANLb. 

Verzamelen van gegevens voor habitatmonitoring

Collectieven sturen erop om de habitat van een soort kwalitatief te verbeteren door verschillende (bottleneck)factoren aan te pakken. Welke kritische elementen in de habitat zijn bepalend voor het succes van een soort en kunnen deze worden gestuurd met het beheer? De eerste uitdaging zal dus zijn om te bepalen hoe op de juiste manier kan worden vastgesteld wat de gerealiseerde habitatkwaliteit is, hoe dit goed kan worden gekoppeld aan de genomen maatregelen en op welke manier dit ook terug te zien is in het doelbereik. 

Om te gaan beoordelen op de gerealiseerde habitatkwaliteit moeten er stappen worden gezet. Daarvoor zal inzichtelijk moeten worden gemaakt wat het habitatgebruik van soorten is, vervolgens welke indicatoren daarvoor kunnen worden vastgesteld en welke het meest indicatief zijn voor habitatkwaliteit. Hierbij speelt dat bepaalde indicatoren op elementniveau zullen moeten worden gemonitord, maar dat er ook habitatfactoren zijn die uitsluitend op gebiedsniveau adequaat kunnen worden vastgesteld. Voor een beoordeling van de effectiviteit van het ANLb op basis van gerealiseerde habitatkwaliteit is er vanuit deze twee lagen informatie nodig, die aanvullend op elkaar zijn. 

Met monitoring in samenhang maken we het verschil – voor de natuur, de boer, en de samenleving.

Click to access the login or register cheese