Gezichten van de boerennatuur: Jacco Vrijlandt vindt dat we anders moeten kijken naar landbouw en natuur
Als kind struinde Jacco al tussen de fruitbomen op zoek naar vogels en insecten. Nu zet hij zich in bij VALA voor een landbouwsysteem waarin biodiversiteit geen bijzaak meer is, maar de basis. De 27-jarige ecoloog uit Arnhem gelooft dat boeren en natuur elkaar niet hoeven tegen te werken: “We moeten wel anders leren kijken naar de waarde van landbouw en landschap”.
Sinds oktober 2024 werkt Jacco als ecoloog bij VALA waar hij gebiedscoördinatoren ondersteunt, onderzoek doet naar biodiversiteit en probeert een brug te slaan tussen beleid en praktijk. “Ik had al jong een groen hart”, vertelt hij. De fruitkwekerij in Zuid-Holland waar hij opgroeide, compleet met vogelkasten, insecten en boomgaarden, vormden zijn blik op natuur en landbouw.
Agro-ecologie gaat over veel meer dan biodiversiteit
Op de middelbare school wist hij al dat hij biologie wilde studeren. Tijdens zijn studie in Wageningen besloot hij iets maatschappelijks relevants te gaan doen. Die zoektocht bracht hem bij agro-ecologie: een vakgebied waarin landbouw, ecologie en samenleving samenkomen. “Agro-ecologie gaat over veel meer dan biodiversiteit. Het draait vooral om de vraag hoe je bedrijfsvoering kunt laten meewerken met natuurlijke processen”. Ofwel hoe duurzame landbouw samenwerkt met de natuur, biodiversiteit stimuleert en de bodem gezond houdt, terwijl ook sociale en economische aspecten van voedselproductie worden meegenomen.
Jacco voelt zich op zijn plek bij VALA, waar hij collega’s ondersteunt met ecologische kennis, onderzoekt hoe het staat met de biodiversiteit en helpt ingewikkeld beleid begrijpelijk te maken voor boeren. Tegelijkertijd slaat hij een brug naar de beleidsmakers. “Vanuit beleid is er vaak te weinig praktijkkennis en weten ambtenaren niet altijd wat er op een boerenerf speelt. Terwijl boeren op hun beurt vooral hun eigen erf zien en niet het grotere plaatje”. Jacco wil beide werelden dichter bij elkaar brengen door kennis over het buitengebied naar beleidsmakers te brengen én theoretische kennis te vertalen naar het boerenbedrijf.
Een belangrijk onderdeel van zijn werk is broedvogelonderzoek in de Achterhoek. Jacco houdt in verschillende gebieden de vogelstand bij en koppelt die gegevens aan beheermaatregelen, zoals de kwaliteit van graslanden en houtsingels. Zo ontstaat inzicht in het effect van agrarisch natuurbeheer. Dat onderzoek levert soms verrassende inzichten op. Zo blijkt dat graslanden op droge zandgronden, die jarenlang onder botanisch beheer liggen, uiteindelijk juist minder kruiden kunnen bevatten maar ook dat vogels, die voornamelijk insecten eten, in aantal afnemen op deze graslanden. “In het kader van leren beheren, koppelen we de bevindingen van het vogelonderzoek aan op het beheer”.
“Ik vind het belangrijk om die kennis goed te onderbouwen en te delen met BoerenNatuur en andere collectieven”. Een voorbeeld waar hij enthousiast van wordt, is het experiment met vogelgraan in de Achterhoek. Daar wordt geprobeerd meer graanteelt te stimuleren als voedselbron voor akkervogels. Een deelnemer experimenteert nu met mengteelten van granen en peulvruchten, die mogelijk ook geschikt zijn als veevoer. “Dat is interessant omdat je zo meer voedsel hebt voor vogels en boeren minder afhankelijk zijn van geïmporteerd krachtvoer. Bovendien, als je eiwitrijk voer op eigen bodem kunt telen, krijgen we in Nederland uiteindelijk een veel circulairder systeem”.
Toch wil Jacco ook het belang van kleine elementen in het landschap benadrukken. “De agrarische natuur staat er zo slecht voor dat we niet de luxe hebben om ons alleen op grote kansrijke gebieden te focussen”. Zelfs een paardenbloem in een productief grasland of een kleine ruigterand langs een akker kan volgens hem al bijdragen aan een betere basiskwaliteit van natuur. “Bijvoorbeeld een patrijs heeft eigenlijk maar een klein gebiedje nodig. Met kleine elementen als insectenrijke randen of een solitaire braamstruik, kan dat al verschil maken.”
Minder insecten betekent minder bestuiving
De achteruitgang van insecten vindt Jacco heel zorgelijk. Minder insecten betekent minder bestuiving, minder voedsel voor vogels en uiteindelijk een verarming van het hele ecosysteem. Maar insectenonderzoek is heel ingewikkeld, omdat er tienduizenden soorten zijn. “Ik zou me wel meer willen verdiepen in vlinders, bijen en libellen. Vlinders zijn goede indicatoren voor bloemenrijkdom en libellen voor aquatische milieu”. Ondanks alle uitdagingen blijft Jacco optimistisch over de toekomst van de landbouw. Volgens hem ligt de sleutel vooral in waardering. “Natuur heeft nu nog te weinig economische waarde. Als boeren beter beloond worden voor ecologische diensten, ontstaat er vanzelf een omslag”.
Jacco is blij met zijn werk. “Ik vind het fijn om veel buiten te zijn en op lange termijn te investeren in een gebied”. Zo kan hij samen met collega’s bouwen aan een groenere Achterhoek. Het liefst een landschap waarin boeren voedsel produceren binnen ecologische grenzen, ondersteund en gewaardeerd door de samenleving. Liefst met meer jonge, kleinschalige boeren die willen investeren in hun omgeving. “Dat vind ik eigenlijk nog belangrijker, dan waar precies een poel of houtwal moet komen”.
En als hij buiten aan het werk is, ziet en hoort hij het effect van de maatregelen. Zoals die keer dat hij op een landgoed bij Winterswijk liep en een zomertortel hoorde: een soort die jarenlang nauwelijks meer werd waargenomen. “Toen ik hem hoorde, was ik heel verbaasd maar vooral blij”. Ze maken zo’n prachtig melancholisch geluid. “Daar werd ik gewoon gelukkig van”.

Naam: Jacco Vrijlandt
Functie: Ecoloog
Collectief: Vereniging Agrarisch Landschap Achterhoek (VALA)
Aantal deelnemers: 1.297
Gebied in beheer: 4.742 ha
Mooiste waarneming: zomertortel
