Op 1 september jl. hebben Tweede Kamerleden Holman (NSC) en Grinwis (ChristenUnie) hun initiatiefwet ‘Grondgebondenheid en verantwoorde mestafzet’ gepubliceerd. Tegelijkertijd is er een internetconsultatie over de initiatiefwet van start gegaan. Tot en met 29 september a.s. kan iedereen die dat wil een zienswijze indienen.
Deze internetconsultatie is een vroege fase waarin maatschappelijke organisaties, burgers en sectorpartijen hun zienswijze kunnen geven. Die input willen de initiatiefnemers gebruiken om het wetsvoorstel verder aan te scherpen. Als het wetsvoorstel daarna inderdaad definitief wordt ingediend (dat is nog maar de vraag) dan wordt het wetsvoorstel eerst behandeld in de Tweede Kamer en daarna in de Eerste Kamer. Pas na goedkeuring door beide Kamers treedt een wet in werking. Het kan dus nog een hele tijd duren voordat we weten of de initiatiefwet daadwerkelijk ingevoerd wordt.
Wat regelt de initiatiefwet?
De initiatiefwet legt vast dat melkveehouderijen voortaan grondgebonden moeten zijn. Dat gebeurt via nieuwe normen:
- in de Agrarische Hoofdstructuur (AHS) moeten bedrijven vanaf 2034 minimaal 0,35 hectare grasland of rustgewassen per grootvee-eenheid (GVE) in gebruik hebben, gefaseerd oplopend van 0,20 ha/GVE in 2028 naar 0,35 ha/GVE in 2034. Dit kan gaan om eigen grond of om grond binnen 25 km via samenwerkingsovereenkomsten. Het doel is mestoverschotten te beperken en kringlopen regionaal te sluiten;
- in Maatschappelijke Landbouwgebieden (ML), bijvoorbeeld veenweiden en overgangszones rondom Natura 2000-gebieden, geldt vanaf 2034 een maximale veebezetting van 1,5 GVE/ha. Boeren die hieraan voldoen kunnen jaarlijks een vergoeding van €1.000 tot €2.500 per hectare ontvangen. Provincies wijzen deze ML-gebieden binnen een jaar na inwerkingtreding van de wet aan.
Daarnaast bevat het wetsvoorstel bepalingen over een verantwoorde mestafzet, waaronder betere borging van mineralenkringlopen en het tegengaan van mestfraude.
BoerenNatuur werkt aan een zienswijze
BoerenNatuur is het wetsvoorstel grondig aan het bestuderen om vanuit het perspectief van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) inhoudelijke inbreng te kunnen leveren. Het ANLb is bij uitstek een instrument om de kwaliteit van natuur en landschap in het landelijk gebied in brede zin te versterken. Het draagt bij aan de bescherming van weide- en akkervogels, maar ook aan doelen op het vlak van klimaat, bodem- en waterkwaliteit. Wij blijven politiek en overheid oproepen om ervoor te zorgen dat de randvoorwaarden voor een effectieve uitvoering van het ANLb op orde zijn. Het gaat daarbij onder andere om concurrerende vergoedingen, een extra bedrijfstoeslag voor bedrijven met een groot aandeel beheer en langjarige zekerheid.
Het is cruciaal dat er voldoende ruimte en middelen beschikbaar blijven voor het ANLb. Alleen dan kan de kracht van het ANLb – de collectieve, gebiedsgerichte aanpak – maximaal benut worden om natuur en landschap in het agrarisch gebied daadwerkelijk te versterken.
