Jonge boeren en medewerkers bij collectieven over de toekomst

Hoe zien jonge boeren en medewerkers bij agrarische collectieven het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer in de praktijk? Wat zijn veranderingen en uitdagingen? En hoe kijken ze naar de toekomst? We spraken met drie jonge passievolle mensen. ‘Dankzij de ANLb-vergoeding kunnen we extensiever werken en daardoor zijn heel veel soorten teruggekomen.’

Bijdragen aan een gezonde en goede omgeving, en verantwoord voedsel verbouwen. Dat is de reden waarom Lydia Menkveld (39 jaar) en haar man kozen voor natuurinclusieve landbouw. Ze combineren biologische akkerbouw- en natuurbeheer op de historische hoeve De Kuiperij in Olst (Salland). Lydia werkte eerst in het onderwijs, maar inmiddels is ze volledig in het bedrijf gaan werken, dat ze samen met haar man heeft overgenomen van haar schoonvader.

Genieten van natuurinclusief boeren

Op de percelen die ze pachten op Landgoed het Nijendal, en in de uiterwaarden van de IJssel werken ze natuurinclusief en extensief. “We beleven veel plezier aan deze manier van werken. Op de akkers rondom de Kuiperij hebben we verschillende landschapselementen aangelegd, zoals akkerranden, poelen, heggen en houtsingels.  De akkers worden beheerd als kruidenrijke akkers, er staat graan met spontane ondergroei van inheemse kruiden. Voor de kruidenrijke akkers, de bloemrijke akkerranden, en ook voor het onderhouden van de poelen en houtige elementen op de huiskavel, ontvangen ze een ANLb-vergoeding via Collectief Midden Overijssel. “Het ANLb vergoedt een deel van je verminderde inkomsten. Dankzij die vergoeding kunnen wij op deze manier boeren, met oog voor het landschap en de planten en dieren die daarin thuishoren. Dat vinden wij belangrijk voor de toekomst. We kunnen extensiever werken en daardoor zijn veel soorten teruggekomen, van zeldzame inheemse kruiden als handjesereprijs en groot spiegelklokje tot insecten en vogels”, vertelt Menkveld. “Zo zien we steeds meer koninginnenpages en kleine parelmoervlinders, broeden de torenvalken elk jaar succesvol, zien we roodborsttapuiten, putters en geelgorzen in de akkerranden en horen we regelmatig kwartels. Het werkt echt! Als je aandacht besteed aan agrarisch natuurbeheer leidt dat tot meer biodiversiteit.”

Ze telen met name granen die het hier op de zandgronden van oudsher goed groeien, zoals rogge, gerst, haver en naakte haver. De vraag naar lokaal en biologisch graan neemt alleen maar toe.” Er zijn uitdagingen in de korten keten, maar het lukt om het graan van de akkers af te zetten in de lokale biologische keten als veevoer en voor menselijke consumptie. De naakte haver van de Menkvelds is te proeven in de biologische groentecrackers van Kari’s crackers.

Geelgors – saxifraga-Mark Zekhuis

‘Dit werk gaat niet alleen om natuur, maar ook om mensen’

De 24-jarige Jacob Molenaar is op een hele andere manier betrokken geraakt bij het ANLb. Sinds 2,5 jaar werkt hij bij Collectief Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, nadat hij gevraagd was om te helpen met weidevogelmonitoring. Hij is heel veel in het veld te vinden om te monitoren. Van jongs af aan kreeg hij natuur met de paplepel ingegoten gekregen dankzij zijn ouders. Hij groeide op in Alblasserdam, aan de rand van de Alblasserwaard. Op jonge leeftijd werd hij lid van een hele actieve vogelwerkgroep, waar veel leeftijdgenoten ook in zaten. “Op mijn elfde ben ik echt begonnen met vogels spotten en daar ben ik nooit mee opgehouden. Toen ik een kleine camera en verrekijker kreeg ging ik vaak op pad en kwam ik in aanraking met plasdrassen en weidevogels.”

Het vlammetje voor natuur op boerengrond was aangewakkerd. Jacob: “Ik kwam erachter dat boeren ook best veel doen voor de natuur en biodiversiteit.”

Tijdens zijn studietijd ging hij al voor het collectief werken, en is hij er blijven werken. “De meerwaarde van dit werk is dat het niet alleen gaat om natuur maar ook om werken aan een sociaal-maatschappelijk thema en met mensen”, vertelt hij. In zijn werk heeft hij veel contact met boeren. Hij loopt door hun land om te kijken waar weidevogels broeden, heeft veel gesprekjes op het erf over wat er allemaal mogelijk is en wat voor betekenis een boer kan hebben voor de natuur. “Ik vind het heel mooi als een boer weidevogels in zijn bedrijfsvoering inpast, met bijvoorbeeld plasdrassen, kruidenrijk grasland of slootbeheer. En daar hebben we er heel wat van in de Alblasserwaard. Ik denk dat succes met weidevogels de boeren een stukje plezier in hun werk geeft, als die elke dag die vogels hoort. Soms is die passie al generaties doorgegeven. Ik kan me voorstellen dat je je trots moet voelen als je de kuikentjes ziet lopen op je land.”

Die trots kent Martine Schoone (42 jaar) wel. Ze kent beide werelden heel goed. Ze werkt nu 3,5 jaar als projectleider ANLb bij BoerenNatuur Flevoland, maar heeft daarnaast met haar man een veebedrijf, nu vooral voor vleeskoeien en opfokstieren, en tot voor kort ook melkkoeien. Daarmee voeren ze al 25 jaar agrarisch natuurbeheer uit. “Al sinds we lid waren van de agrarische natuurvereniging voeren we ANLb-pakketten uit. Vanaf het begin hebben we al veldleeuwerikstroken liggen, die nu vogelakkers of kruidenrijke akkerranden heten. Daarnaast hebben we wintervoedselakkers liggen.”

Meedoen als boer met het ANLb kent wel de nodige uitdagingen, vertelt Martine “In de beginjaren hadden de boeren hier in Flevoland afspraken met de overheid. Die werden toen met terugwerkende kracht teruggetrokken. Zo konden we eerst de ANLb-stroken opgeven als grasland in de verhouding van 80 procent grasland en 20 procent bouwland. Toen dat werd teruggetrokken klopte die verhouding dus niet meer. Er volgden rechtszaken en het heeft boeren veel geld gekost. Je stak als ANLb-boer je nek uit, en kreeg toen de deksel op je neus. Gevolg is dat niet iedereen meer lid is van het collectief. Daarom let ik nu er steeds goed op dat afspraken goed zwart op wit staan.”

Een andere uitdaging noemt Schoone het invullen van de aanvragen voor ANLb en de eco-regeling. “Het is een administratieve rompslomp. We halen een specialist erbij om ons daarmee te helpen, het is zo complex. Je wil toch liever je energie stoppen in het veld. Daar zien we dan ook medewerkers van collectieven het liefst, pratend met de boeren.”

Uitdagingen

Ook Jacob herkent uitdagingen die boeren in het ANLb hebben. “Het ANLb is natuurlijk een compensatie voor misgelopen inkomsten, er zit voorlopig geen verdienmodel aan vast. Het hangt dus echt af van je bedrijfsmodel hoeveel ANLb je kunt toepassen.” Hij komt allerlei ecologische uitdagingen tegen in het veld: rivierkreeftjes die de sloten overnemen, de noodzaak van afwisseling in het beheer zodat verschillende graslengtes ontstaan, en droogte. “Zeker in de toekomst wordt dit een steeds grotere uitdaging. Op sommige plekken vraag ik me af hoe weidevogels ooit nog wormen de grond uitkrijgen?”

Thema’s als bemesting en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen liggen best gevoelig, zegt Jacob. “Ik besef me heel goed dat achter het boerenland een man zit die voor zijn gezin moet zorgen. Die boer is daarvoor afhankelijk van het gras en zijn koeien. Voor mij is het makkelijk praten, maar ik besef dat de consequenties voor die boer groter zijn. Daarom probeer ik altijd positief mee te denken over wat er wel kan. Daarom vind ik die vrijwilligheid in het ANLb zo belangrijk. Als een boer in ons werkgebied veel vogels op zijn land heeft, maar niet meedoet met het ANLb, zullen we hem al collectief echt proberen te overtuigen. Maar als het echt niet in zijn visie past, dan houdt het op, dan moeten wij ons verlies nemen. Die vrijwilligheid is de kern van het ANLb.”

Toekomst

Kijkend naar de toekomst denkt Molenaar dat een beter verdienmodel meer mogelijk maakt voor boeren met ANLb. Wat ook meer nodig is, volgens de jonge veldmedewerker is meer voorlichting. “We hebben in ons gebied hele gemotiveerde boeren, die echt van de hoed en de rand weten, maar ook boeren die er minder vanaf weten. Sommige boeren kunnen alle eendensoorten van elkaar onderscheiden, anderen herkennen alleen de grutto, kievit, tureluur en scholekster. Die kennis kan nog meer worden uitgebreid, ook over het belang van vlinders en bijen. Daar moeten we als collectief ons best voor doen. Het is belangrijk dat er meer aandacht komt voor agrarisch natuurbeheer, ook op de agrarische opleidingen.”

In de toekomst van Flevoland ziet Martine in de komende nieuwe GLB-periode er meer windmolens bijkomen. Daardoor verandert het gebied van open akker naar meer dooradering. “Dat betekent dat pakketten moeten worden aangepast, en past dat dan bij je bedrijfsvoering? We hopen dat we de pakketten kunnen behouden. Je wil mensen hun beheer niet afpakken. De gebieden veranderen, waar voorheen clusters lagen, hoeven niet per se goede gebieden te blijven. Ook hoop ik dat we meer met bestuivers en functionele agrobiodiversiteit, waarbij we speciale randen inrichten voor biologische bestrijding, kunnen doen als we meer dooradering gebied worden. We willen het voor alle boeren in Flevoland mogelijk maken om stappen te zetten met natuurinclusieve landbouw.”

Lydia denkt ook dat het goed zou zijn als meer boeren kunnen meedoen met het ANLb. “Nu zijn er boeren die graag willen meedoen, maar niet of weinig kunnen. Het zou mooi zijn als elke agrariër die wil kan meedoen. Het ANLb werkt, de boer ontvangt een vergoeding voor de inspanningen en draagt bij aan een rijke omgeving waar veel mooie soorten terugkomen.”

Jacob denkt dat er in het ANLb voor elke boer in bepaalde mate wat mogelijk is. “Als wij als collectief goed onze pakketten kennen en de situatie bij de boer, dan is er altijd wel wat mogelijk. En daarvoor moeten we veel in het veld zijn. Het is echt een van de kerntaken van een collectief: het veld ingaan en zien wat er leeft en gebeurt.”

Klik om toegang te krijgen tot de login- of registratiekaas