Gezichten van de boerennatuur – Piet Hopman zet zich in voor het landschap dat hem al zijn hele leven boeit

Tekst Babs Bouwman

Piet voelt zich enorm verbonden met de Maasheggen. De kleine percelen, omzoomd door eeuwenoude heggen, kent hij al sinds zijn jeugd. Tegenwoordig zet hij zich als bestuurslid van Collectief Deltaplan Landschap in voor het behoud en goed beheer ervan. “Een heg vervult ontzettend veel functies. Het is goed voor de biodiversiteit, voor plant en dier, voor het landschap en dus ook voor de mensen die hier wonen”.

Piet groeide op als boerenzoon. Zijn ouders hadden een gemengd bedrijf in Gennep met twaalf koeien en tien hectare grond. Ze pachtten grond bij het Genneperhuis, van waaruit ze uitkeken over de Maas, naar de Maasheggen aan de Brabantse kant. Zo raakte Piet al jong bekend met de Maasheggen. Piet koos niet voor het boerenbedrijf maar voor een andere weg. Hij ging Bos- en Natuurbeheer studeren aan de Hogere Bosbouwschool. Daarna volgde hij een loopbaan van 42 jaar bij Staatsbosbeheer, op verschillende plekken in Nederland waar hij zich bezighield met bos- en natuurbeheer, landschap en cultuurhistorie. In 2012 kwam hij in de Maasheggen terecht, waar hij projectleider werd van het Herstelplan Maasheggen; later werkte hij ook aan het project vrijwillige kavelruil Maasheggen en natuurherstelprojecten in het kader van Natura 2000. “In die periode raakte ik pas echt verknocht aan het Maasheggenlandschap”. Vooral de kleinschaligheid vindt Piet bijzonder.

De Maasheggen zijn uniek omdat het eeuwenoude heggenlandschap vrijwel compleet bewaard is gebleven. Niet voor niets kreeg het gebied in 2018 de UNESCO-status. Over ongeveer twintig kilometer langs de westkant van de Maas liggen kleine percelen die worden omzoomd door heggen. Sommige daarvan zijn tweehonderd tot driehonderd jaar oud. Op veel plaatsen stonden er al eeuwenlang heggen. “Er wordt wel gezegd dat Julius Caesar al last had van de Maasheggen toen hij hier met zijn legers wilde langstrekken”. Moeilijk te bewijzen, maar alleen die gedachte vindt Piet interessant. Wat veel mensen niet weten is dat de heggen het hele jaar door van betekenis zijn: in het voorjaar en de zomer staan ze in bloei en in het najaar komen de vruchten, wat weer goed voedsel is voor vogels, insecten en andere dieren. Meidoorn is de meest voorkomende soort, maar ook sleedoorn, kardinaalsmuts, rode kornoelje, Gelderse roos, hondsroos en andere soorten struiken komen voor.  Kenmerkend voor de Maasheggen zijn ook de monumentale (knot)bomen van eik, es en wilg die verspreid in de heggen voorkomen. Oorspronkelijk werden de heggen vooral gebruikt als afscheiding tussen percelen. Die functie hebben ze nog altijd, maar hun betekenis is veel groter geworden. “Een heg levert de hoogste biodiversiteit per vierkante meter”. Dat is voor Piet een belangrijke reden om ze in stand te houden en zo mogelijk ook meer aan te planten.

Binnen Collectief Deltaplan Landschap zit Piet, samen met een viertal collega’s, in de schouwcommissie. “Schouwen betekent dat je in het veld kijkt of het gewenste beheer is uitgevoerd”. Deelnemers worden eens per drie jaar bezocht. Over het algemeen wordt het beheer goed uitgevoerd, maar soms blijkt dat het gewenste resultaat uitblijft, ondanks dat de afspraken worden nagekomen. Zo lukt het bijvoorbeeld niet altijd om de bloemrijke graslandranden te ontwikkelen op de voedselrijke gronden van de uiterwaarden. “Het vraagt soms om onderzoek naar wat daar wel werkt”. Piet weet inmiddels wel dat beheer afhankelijk is van diverse omstandigheden; weer, grondsoort en beschikbare machines, spelen allemaal een rol, waardoor bepaalde werkzaamheden niet altijd op het gewenste moment uitgevoerd kunnen worden.

Piet is zelf ook deelnemer en doet actief mee aan ANLb, maar dan in het Limburgse. In 2018 kocht hij anderhalve hectare grond aan bij zijn ouderlijk huis. Hij legde er onder meer heggen en een hoogstamboomgaard aan. In 2024 kon hij in de buurt nog eens anderhalve hectare kopen: grond die vroeger van zijn opa was. Ook daar kwamen heggen en een patrijzenakker en kruidenrijk grasland. Bij het beheer werkt hij samen met een biologische boer, die het grasland hooit en er zijn vee laat grazen. Op zijn beurt maakt Piet gebruik van zijn machines: een mooie win-winsituatie. Piet is ervan overtuigd dat we de boeren nodig hebben om het landschap in stand te houden. Zij hebben niet alleen het vee, maar ook de kennis om de gronden te beheren. Het probleem ligt in het verdienmodel. Daar ligt volgens Piet ook een belangrijke opgave voor de toekomst. Overheden en gemeenten zouden volgens hem garant moeten staan voor een vergoeding voor het beheer van het landschap. „Op dit moment kunnen we gebruikmaken van het ANLb. Maar als dat er niet meer is, moet er iets anders komen. Het is tenslotte de leefomgeving van de gemeente waar het om gaat, en daar heeft iedereen baat bij”.

Zijn mooiste waarneming in de Maasheggen staat Piet nog helder voor de geest. “Vlak bij de doorgaande weg zag ik een ree lopen met drie jongen in de beschutting van de heggen”. Hij vond het prachtig om te zien: zeldzaam en heel bijzonder. Voor Piet is het een treffend voorbeeld van de waarde van het landschap. Daarom hoopt hij dat de Maasheggen ook in de toekomst behouden blijven en dat meer mensen zich ermee verbonden voelen. Vooral jongeren zouden volgens hem vaker bij het gebied betrokken moeten worden, bijvoorbeeld via scholen. „Ze zeggen wel eens dat de jeugd de toekomst heeft. Ik zou het sterker willen zeggen: de toekomst wordt bepaald door de jeugd van nu”. Juist daarom is het belangrijk dat zij het landschap leren kennen en waarderen. Want wie zich verbonden voelt met een plek, wil er ook voor zorgen dat die behouden blijft. En zo blijkt een heg uiteindelijk veel meer dan een afscheiding: het is een verbinding tussen mens, natuur en landschap!

Klik om toegang te krijgen tot de login- of registratiekaas