Op 10 juli brachten Marten van den Berg, directeur-generaal Voedsel en Landbouw, en Mark Roscam Abbing, directeur-generaal Natuur, Landelijk Gebied en Visserij van het ministerie van LVVN, samen met Franc van der Steen (programmamanager programma Agrarisch Natuurbeheer (ANB)), een werkbezoek aan BoerenNatuur. Op de boerderij van voorzitter Marije Klever, net buiten De Meern, maakten de DG’s kennis met de vereniging en gingen zij in gesprek over de kracht van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb), de uitdagingen voor de toekomst en de rol van boeren in een natuurinclusieve landbouw.
In een werkruimte boven de stal, met uitzicht op de koeien, schetsten Marije Klever en directeur Evelien Verbij hoe BoerenNatuur werkt en waarom de vereniging een bijzondere positie inneemt binnen het Nederlandse agrarische cultuurlandschap.
Van onderop georganiseerd
Marije opende het gesprek met haar eigen ervaringen als boer. Ze vertelde hoe zij zich vroeger nauwelijks bewust was van de sterke achteruitgang van soorten als de veldleeuwerik en de kievit. “Mijn vader is nu 82 jaar en vertelt hoe hier vroeger overal kieviten zaten. Dat hoorde gewoon bij de landbouw.” Volgens haar laat dit zien hoe ingrijpend het landelijk gebied de afgelopen decennia is veranderd. Niet alleen verdwenen boerenlandsoorten, ook het aantal boeren nam sterk af, terwijl de landbouw intensiveerde en de druk op het landschap door verstedelijking en industrie toenam.
Daarom is de kracht van BoerenNatuur volgens haar zo bijzonder. De vereniging bestaat uit 39 agrarische collectieven die van onderop zijn georganiseerd en zich gezamenlijk inzetten voor agrarische natuur en het agrarische cultuurlandschap. “Wij werken anders dan bijvoorbeeld Natuurmonumenten of LTO Nederland, wij zijn geen lobby club maar uitvoerders van het Agrarische natuur en landschapsbeheer en in bredere zin stimuleren wij natuurinclusieve landbouw, onze beleidsbeïnvloeding richt zich daarop” benadrukte zij. Bij de deelnemers en de collectieven leeft die verbondenheid met het landschap heel sterk. Zo wordt bij Noardlike Fryske Wâlden tijdens de algemene ledenvergadering standaard gestart met het ‘lied van het landschap’, als ode aan het karakteristieke coulisselandschap.
Professionalisering van een uniek systeem
Evelien Verbij lichtte vervolgens toe hoe BoerenNatuur is georganiseerd en welke stappen de vereniging zet om zich verder te professionaliseren. “Met de extra middelen die het kabinet beschikbaar stelt voor het ANLb moeten we nog beter laten zien welke impact we realiseren.” Dat betekent onder meer investeren in monitoring, kennisontwikkeling en verdere professionalisering van de collectieven. Inmiddels nemen steeds meer collectieven ecologen in dienst en wordt steeds meer datagedreven gewerkt. BoerenNatuur heeft onlangs een dataspecialist aangetrokken.
Het ANLb omvat inmiddels ruim 123.000 hectare agrarisch natuurbeheer, uitgevoerd door meer dan 13.000 deelnemers. Zo’n 90 procent daarvan zijn boeren; de overige deelnemers zijn particuliere grondeigenaren met agrarische gronden. Hoewel alle collectieven verschillen in landschapstype, omvang en werkwijze, herkennen de DG’s ook duidelijke overeenkomsten. “Ze willen allemaal landbouw, natuur en landschap verbinden,” vertelde Marije. “En ze zijn allemaal georganiseerd als coöperatie.”
De collectieven werken steeds intensiever samen met natuurorganisaties en terreinbeherende organisaties, onder meer voor het beheer van de 68 Vogel- en Habitatrichtlijn-doelsoorten. Een belangrijk uitgangspunt blijft daarbij de vrijwilligheid. “Boeren kiezen er vrijwillig voor om mee te doen. Op die vertrouwensrelatie zijn we heel zuinig.”

Minder bureaucratie, meer resultaat
Tijdens het gesprek kwam ook de ontwikkeling van het agrarisch natuurbeheer aan bod. Evelien schetste hoe het vroegere systeem, waarbij individuele boeren rechtstreeks contracten afsloten met de overheid, hoge uitvoeringskosten kende. Inmiddels werkt Nederland met agrarische collectieven, een aanpak die ook internationaal veel belangstelling trekt. Waar vroeger ongeveer 40 procent van het beschikbare budget opging aan uitvoeringskosten, ligt dat aandeel tegenwoordig rond de 16 procent. “Collectieven letten er zelf scherp op dat zoveel mogelijk geld daadwerkelijk naar beheer gaat.”
Volgens Mark Roscam Abbing klinkt het systeem met collectieven behoorlijk complex. Dat heeft deels te maken met de Europese kaders waarbinnen moet worden gewerkt. Onder de motorkap is het stelsel best ingewikkeld, maar in de dagelijkse uitvoering wordt deze complexiteit voor een belangrijk deel opgevangen door de samenwerking tussen de betrokken partijen. Daarbij ontzorgen de agrarische collectieven de deelnemende boeren. De Nederlandse collectieve werkwijze is uniek in Europa. Vanuit andere lidstaten, waaronder Duitsland, bestaat veel interesse voor deze aanpak.
Ruimte voor innovatie
Op de vraag of het ANLb nog voldoende ruimte biedt om te experimenteren, benadrukte Evelien dat BoerenNatuur voortdurend werkt aan vernieuwing. Zo worden nieuwe beheerpakketten ontwikkeld, zoals de BAM-akkers, is een pilot voor certificering van ANLb-bedrijven aangevraagd en neemt BoerenNatuur actief deel aan onderzoeksprogramma’s, onder meer via OBN Natuurkennis. Ook de doorontwikkeling van het BoerenNatuur platform SCAN-ICT draagt volgens haar bij aan de aantrekkelijkheid van deelname. “Daarmee ontzorgen we deelnemers en maken we deelname aan het ANLb eenvoudiger.”
Ruimte voor beheer via het ANLb behouden
Hoewel de collectieve werkwijze breed wordt gewaardeerd, kent het stelsel ook uitdagingen. Zo is het ANLb onderdeel van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en daarmee gebonden aan complexe Europese regels voor uitvoering, controle en verantwoording. Daarnaast zorgen lange uitbetalingstermijnen soms voor financiële knelpunten bij collectieven. Ook leiden politieke ontwikkelingen met regelmaat tot wijzigingen in beleid of financiering. Daardoor ontbreken de zekerheid en continuïteit die nodig zijn om effectief langjarig beheer mogelijk te maken en de doelen te realiseren.
Voor Marije is er één punt dat boven alles uitstijgt. “Een grote zorg is dat toenemende verplichtingen de mogelijkheden om het ANLb in te zetten substantieel verminderen.” Marten van den Berg gaf aan dat het ministerie het ANLb zoveel mogelijk wil blijven inzetten. “Onze inzet is om de ruimte voor vrijwillig, bovenwettelijk beheer via het ANLb zoveel mogelijk te behouden. Maar we kunnen nooit helemaal uitsluiten dat er in de toekomst ergens een verplichting komt die overlapt met een beheerpakket, waardoor een deel van de ANLb-vergoeding kan komen te vervallen of lager wordt.”
Groen boeren moet lonen
Ook het verdienvermogen van boeren kwam uitgebreid aan bod. Volgens Marije kunnen landbouw en natuur elkaar versterken, mits daar een passende vergoeding tegenover staat. “Om bij te kunnen dragen aan natuurdoelen moeten boeren een goed verdienmodel hebben.” Volgens Evelien ligt een belangrijk deel van het toekomstige verdienvermogen van de landbouw in de maatschappelijke diensten die boeren leveren. BoerenNatuur pleit voor het gebruik van kritische prestatieindicatoren binnen het ANLb.
Van gesprek naar praktijk
Na het gesprek volgde een rondleiding over het bedrijf van Marije Klever. Buiten liet zij zien hoe mozaïekbeheer bijdraagt aan een betere leefomgeving voor de kievit. De bezoekers kregen onder meer kruidenrijk grasland, natuurvriendelijk slootbeheer en andere onderdelen van het bedrijf te zien, waaronder de boerderijwinkel en het recreatiepunt met softijs.
Het werkbezoek bood de nieuwe DG’s een informele kennismaking met BoerenNatuur en gaf volop ruimte om inhoudelijk van gedachten te wisselen over de toekomst van agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Zoals Marije het aan het einde van het gesprek samenvatte: “Wij zetten ons ervoor in dat groen boeren loont voor boer én natuur, en dat iedereen die mee wil doen ook mee kán doen.” Met een open gesprek, wederzijds begrip en een kijkje in de praktijk vormde het bezoek een goede basis voor verdere samenwerking tussen BoerenNatuur en het ministerie van LVVN.

