BoerenNatuur heeft het ministerie van Financiën, met een afschrift aan het ministerie van LVVN, gevraagd om bij de uitwerking van het toekomstige Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voldoende Europese én nationale middelen beschikbaar te stellen voor groenblauwe diensten, waaronder het agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb). In het toekomstige stelsel wordt volgens de huidige voorstellen het GLB onderdeel van het bredere Nationaal en Regionaal Partnerschapsplan (NRPP), waar ook nog andere beleidsterreinen onder komen te vallen. Het ministerie van Financiën heeft een coördinerende rol bij het opstellen van het Nederlandse NRPP.
Nederland krijgt voor de periode 2028-2034 een geoormerkt minimaal GLB-budget van circa €5,1 miljard: geld dat dus specifiek voor de landbouw is bestemd. Dit kan worden aangevuld met middelen uit het resterende, niet-geoormerkte deel van het Europese budget dat Nederland ontvangt. Daarbij is van belang dat lidstaten in het toekomstige GLB voor verschillende subsidieregelingen zelf ook meer geld moeten bijleggen dan nu het geval is (cofinanciering).
BoerenNatuur vindt dat de totale Europese en nationale financiering moet passen bij de omvang van alle urgente opgaven in het landelijk gebied en de bijdrage die van boeren verwacht wordt. Daarom vragen we het kabinet om zoveel mogelijk van het niet-geoormerkte Europese budget voor landbouw in te zetten, voldoende nationale middelen te reserveren voor de vereiste cofinanciering en daarnaast extra nationale middelen via het GLB beschikbaar te stellen voor groenblauwe diensten.
Die extra middelen zijn nodig om groenblauwe diensten op voldoende schaal en met voldoende intensiteit te kunnen inzetten. Voor boeren moet het bedrijfseconomisch haalbaar zijn en blijven om deze diensten structureel onderdeel te maken van hun bedrijfsvoering. In relatie tot het ANLb vereist dit onder meer concurrerende vergoedingen, langjarige zekerheid, voldoende flankerend beleid en ruimte voor gebiedsgericht maatwerk. Bij een groter aandeel beheer op bedrijfsniveau is bovendien een bedrijfstoeslag nodig om de extra kosten en gederfde inkomsten die daar het gevolg van zijn te kunnen dekken.
In de brief vragen we ook aandacht voor de uitvoering van de Natuurherstelverordening. Artikel 11 richt zich bijvoorbeeld specifiek op landbouwecosystemen en bevat onder meer doelen voor boerenlandvogels, graslandvlinders en landschapselementen. Het ANLb vervult daarin logischerwijs een belangrijke rol. De huidige extra middelen voor agrarisch natuurbeheer zijn een stap vooruit, maar er is veel méér nodig om voor alle boerenlandsoorten leefgebieden van voldoende omvang en kwaliteit te kunnen realiseren. WUR & Sovon hebben in 2022 al eens becijferd dat circa 702.000 hectare agrarische natuur nodig is. Dat is ruim vijf keer zoveel als het huidige areaal ANLb. De huidige voorziene uitbreiding naar circa 280.000 hectare in 2032 komt neer op nog geen 40% daarvan.
Het ministerie van Financiën laat in hun reactie weten dat de uitwerking van het Nederlandse NRPP nog in een vroeg stadium zit. De onderhandelingen over de Europese begroting en de bijbehorende nieuwe verordeningen lopen nog. Ook zijn er nog geen keuzes gemaakt over de inzet van het niet-geoormerkte budget. Financiën heeft aangekondigd dat er dit najaar een brede consultatie wordt georganiseerd over de verdere uitwerking van het NRPP. Voor de inhoudelijke uitwerking in relatie tot de landbouw verwijst Financiën naar LVVN. Met LVVN zijn we hierover al in gesprek.
Wij blijven ons de komende tijd inzetten voor verbetering van alle randvoorwaarden die nodig zijn om het agrarisch natuurbeheer, waaronder het ANLb, optimaal in te kunnen zetten. Zie voor meer details onderstaand onze volledige brief én de reactie van het ministerie van Financiën:
