‘Agrarisch natuurbeheer is veel meer dan alleen de weidevogel’
13.000 boeren, die deelnemen aan de 39 agrarische collectieven van BoerenNatuur, vervullen een sleutelrol in het Nederlandse cultuurlandschap. Met natuurinclusieve landbouw helpen zij natuur en landschap te verbinden en de kwaliteit te versterken. Veel planten en dieren zijn immers afhankelijk van het boerenland. Zo dragen onze boeren niet alleen bij aan biodiversiteit, maar ook aan klimaatadaptatie, waterkwaliteit, een gezonde bodem én een afwisselend landschap. In deze serie zetten we één keer per maand deze boeren in het voetlicht via artikelen vanuit de collectieven. Deze maand: Bert Vollema.
Tekst & beeld: Dieke van der Pol & Jolene Schotanus (BoerenNatuur Westergo)
Van jongs af aan is Bert Vollema melkveehouder op zijn mooie pleats in het buitengebied van Tzum. Hij is begonnen als gangbare boer, is een tijdje biologisch boer geweest en maakte later de stap om agrarisch natuurbeheer op de voorgrond te zetten. Hij doet al aan ANLb sinds de oprichting van de ANV’s en heeft inmiddels de helft van zijn land in beheer.
Waar komt dat enthousiasme voor het natuurbeheer vandaan? En hoe past Bert het beheer toe in zijn bedrijf? Om hierachter te komen schoven wij bij Bert aan voor het eerste “aan de keukentafel met”-gesprek.
“Het ANLb is een prachtige manier om naast de melkveehouderij een maatschappelijke opdracht zoals natuur vergoed te krijgen. Bovendien geeft het een vaste bron van inkomsten die niet afhankelijk is van schommelende opbrengstprijzen. Daarom zou het mooi zijn als het mogelijk is voor langere tijd beheerafspraken te maken”.
Bio-boer
Bert had al vroeg door dat hij er niet veel voor voelde om zijn bedrijf alsmaar te laten groeien en intensiveren. “Als je van zonsopgang tot zonsondergang alleen maar bezig bent met productie, dan vraag ik me af waar je mee bezig bent.” Daarom koos hij er in 2016 voor om zijn hart te volgen en bio-boer te worden.
Bert heeft achteraf wel echt spijt dat hij deze omslag niet eerder had gemaakt, maar een bedrijf volledig biologisch maken was en is erg duur en twintig jaar geleden was hier nog niet veel steun voor vanuit de agrarische wereld. “Toen de fosfaatrechten vrijkwamen en ik die kon verkopen, had ik eindelijk wat geld over om de omschakeling te maken.”
Bert is jarenlang met plezier bio-boer geweest, tot zijn oudste zoon aangaf het bedrijf niet te willen overnemen en hij zelf de optie kreeg om bestuurswerk te gaan doen.
“Daarnaast was mijn vrouw ook totaal geen boerin, dus hebben we besloten om op te houden met melken en wat meer in te zetten op natuurbeheer met wat vleesvee erbij. Dat zou de kosten en opbrengsten voor de boerderij gelijk moeten zetten. Ik ging bestuurswerk doen en mijn vrouw nam ook een baan, dan konden we makkelijk rondkomen.”

Omslag naar agrarisch natuurbeheer
Vanaf de oprichting van ANV de Greidhoeke is Bert al betrokken bij agrarisch natuurbeheer. “Dat is wel meer dan 20 jaar geleden, misschien wel 25 jaar geleden. Toen had ik heel succesvol weidevogelbeheer met heel veel grutto’s en tureluurs.”
Ook tijdens de jaren van biologisch boeren was hij daar al actief mee bezig, en wilde hij daar meer mee doen. Dat bleek als bio-boer niet altijd even makkelijk. “Je kan als bio-boer niet zomaar zeggen: ‘dit stukje land kom ik even niet aan!’, want je hebt alle hectares dan wel nodig voor productie.”
De keuze om natuurbeheer weer meer op de voorgrond te zetten was daardoor niet heel moeilijk. Door het bedrijf te laten krimpen is Bert nu niet meer de hele dag op de boerderij aan het werk en heeft hij tijd over voor andere dingen. ’s Ochtends werkt hij op de boerderij, in de middag houdt hij zich bezig met bestuurlijke taken.
Inmiddels doet Bert op 50% van zijn perceel aan agrarisch natuurbeheer. “In de uitvoering ben ik niet heel anders dan andere boeren, ik gebruik ruige mest, heb plasdrassen, kruidenrijk land en ik doe aan ecologisch slootschonen.” De 20 koeien die hij nu nog heeft, zijn er vooral voor het beweiden van het land. “Zoveel land in beheer hebben kan eigenlijk alleen omdat ik niet meer melk. En je moet wel echt een afzetkanaal hebben. Ik kan nu mijn hooi van het natuurbeheer kwijt als paardenhooi, en de eerste en tweede snee die niet in beheer zitten heb ik een geitenboer voor.”
Weidevogels en nog zoveel meer
Vanaf de keukentafel bij Bert op de pleats kijk je uit over het weidelandschap. Bert geniet zichtbaar terwijl hij vertelt wat er allemaal te zien is. “Je kunt nu de ruigte aan de voorkant hier ook heel mooi zien, hier zitten ook alle greppels nog in zoals ze vroeger waren.” Herten, hazen en weidevogels komen hier veel voor. Ook de vaart om het erf heen met eenden en meerkoeten en de tuin vol insecten zijn voor Bert echte puntjes van trots. In de boom naast het huis zit een vogelnest waar elk jaar andere vogels broeden.
Bert is veel met agrarisch natuurbeheer bezig en past zijn beheer aan als hij ziet dat het beter kan. “Hierachter was een oude boer met greppelland, dat is verkocht en allemaal strakgetrokken, hierdoor is het bij mij ook een stuk minder geworden. Eerst was het beheer hierachter super succesvol, maar nu levert het niet zoveel meer op, dus heb ik het verlegd naar de voorkant.”
Ook is Bert een aantal jaar geleden begonnen met ecologisch slootschonen. “En ik zie echt resultaat, ook in het water van de sloten. In al mijn sloten, behalve die om de boerderij heen, kan je zien tot op de bodem. (…) Veel van die indicatoren dat het toch wel echt wat doet.” De rietkraag die blijft staan trekt vogels en herten aan en veel insecten gebruiken het als plek om te foerageren en te verpoppen.
Zelf heeft hij ook twee plasdraspompen neergezet, omdat hij ziet hoeveel effect het heeft. Zo’n plasdraspomp die het slootwater verhoogt is niet veel moeite. “En toch binne ’t wol magneetsjes!”

Als het gaat om weidevogels hebben de percelen van Bert op dit moment niet heel veel succes. Vorig jaar had hij maar enkele gruttoparen en een paar scholeksters en tureluurs in de weide rondlopen. Ondanks dat dit natuurlijk jammer is, ziet Bert de aanwezigheid van weidevogels op zijn perceel als beloning. “Agrarisch natuurbeheer is veel meer dan alleen de weidevogel.” Het is minstens zo belangrijk, en misschien nog wel belangrijker, dat er gewerkt wordt aan het gezond maken van bodem en water en dat er genoeg biodiversiteit is in het weidelandschap. “Met het beheer zet je een enorme plus op de basis van biodiversiteit, en daar moet het beginnen. En dan is de weidevogel misschien wel de kers op de taart.”
In de toekomst
Als je Bert vraagt waar de toekomst ligt, valt één woord vaak: samenwerking. Niet alleen voor zijn eigen boerderij, maar ook voor de toekomst van het ANLb.
“In de toekomst zou ik heel graag zo door willen gaan, ik zou hier graag mijn paradijsje van willen maken en de grond op een vriendelijke manier beheren,” zegt Bert. Een stiekeme droom is om samen met vrienden, familie en buren een geïntegreerd bedrijf te maken, met ruimte voor groente, fruit en natuurvlees.
Die samenwerking met buren is volgens hem ook belangrijk voor de toekomst van agrarisch natuurbeheer. Het zou geweldig zijn als er ook hier een groot beheergebied ontstaat over meerdere percelen van verschillende boeren. “Dat zou veel kansrijker zijn, niet alleen voor de vogels, maar ook voor de grond en het water en de insecten.”
Om dat te realiseren ziet Bert nog wel knelpunten: op dit moment mag een boer nog niet meedoen met natuurbeheer als er geen weidevogels op zijn percelen zitten. Daardoor is het lastig om gebieden te verbinden. Ook het predatiebeheer schiet volgens hem tekort, waardoor boeren motivatie verliezen.

Buiten bij zijn land
Na het keukentafelgesprek nam Bert ons mee naar buiten. Na een paar minuten rijden kwamen we uit aan de rand van zijn gebied. Hij wees naar de percelen van zijn buren: “Als al deze omringende boeren nou ook mee zouden doen… hier zou je heel mooi zo’n weidevogelgebied kunnen maken. Als we dat beter samen kunnen organiseren en minder vastzitten aan individuele percelen, dan komt het natuurbeheer veel verder,” vindt Bert.
Dit interview is oorspronkelijk verschenen op de website van BoerenNatuur Westergo.
