De Kamerbrief Weer ruimte voor boer, natuur en bouw: maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof van afgelopen 26 juni heeft tot veel commotie geleid. Dat wisten we van tevoren, want tot nu toe heeft ieder plan voor stikstofreductie van de – pak hem beet – afgelopen 8 jaar dat effect gehad. Eigenlijk elke boer die ik spreek, ziet dat de plannen potentieel grote gevolgen hebben voor zijn of haar bedrijf, en daar ben ik met mijn bedrijf geen uitzondering in. De één moet investeren in grond door de grondgebondenheidsnorm. De ander in emissiearme technieken door de normen per fosfaatrecht voor emissies van CO2 en/of ammoniak. En ook voor dierenwelzijn moeten vaak nog de nodige investeringen worden gedaan. Als ik kijk naar mijn gemiddelde investeringscapaciteit blijven er de komende 10 jaar weinig middelen over om de omslag naar een meer natuurinclusieve landbouw te maken (denk aan een groot strohok voor stromest of het aanleggen van landschapselementen). Sterker nog, ik moet mijn bedrijfsvoering minder natuurinclusief maken om mijn emissies te verminderen (minder weidegang, meer mais in het rantsoen, hogere/efficiëntere melkproductie). Extensiveren zit er helaas ook niet in; ik heb echt de maximale 2,6 GVE per hectare nodig om de nodige investeringen te doen en mijn huidige hypotheek te blijven betalen, als dat al lukt.
En wat voor landbouw hebben we dan in Nederland als deze brief zo’n uitwerking heeft met de concrete zaken die er nu in staan, terwijl nog niet eens alles is uitgewerkt. Er zullen bedrijven zijn die efficiënt produceren, voldoende schaal hebben en hun bedrijfsvoering hebben gericht op het goed kunnen toepassen van reductietechnieken. Dus meer koeien op stal, grotere bedrijven en een hogere melkproductie, maar dan wél binnen de 2,6 GVE per hectare. Dat kunnen hele mooie bedrijven zijn, maar daarmee lopen we wel de potentie mis die bedrijven in zich dragen om de natuur te versterken. Paradoxaal genoeg zijn het bedrijven die met hun agrarisch natuurbeheer, extensieve bouwplan, kruidenrijke graslanden of landschapselementen een positief effect hebben op de natuur, maar qua emissies per fosfaatrecht minder goed scoren. Om aan deze emissienormen per fosfaatrecht te voldoen, moet er een efficiëntieslag gemaakt worden ten koste van de natuurversterkende maatregelen op die bedrijven. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?
Ik hoop van harte dat de mogelijkheden in deze stikstofbrief om natuurinclusieve bedrijven ruimte te blijven bieden snel worden uitgewerkt. Ik hoop op meer inzet op gebiedsplannen, met meer ruimte voor diversiteit op bedrijfsniveau. Of op een uitzondering voor extensieve bedrijven, die per dier wellicht meer uitstoten maar door hun lage veebezetting per hectare, in combinatie met natuurversterkende maatregelen, bij uitstek natuurinclusieve landbouw bedrijven.
Bij BoerenNatuur denken we graag mee over de uitvoering van het agrarisch natuurbeheer (waaronder de subsidieregeling ANLb) en natuurinclusieve landbouw in de breedste zin van het woord. Maar dan moeten er wel bedrijven blijven bestaan die hier uitvoering aan kunnen geven. Afgelopen dinsdag is tijdens Prinsjesdag het budget voor de uitbreiding van het agrarische natuurbeheer nogmaals bevestigd. Daarmee gaan we aan de slag. Ook worden er andere bedragen genoemd voor de landbouw. Het wordt cruciaal hoe deze budgetten worden ingezet en hoe de bijbehorende beleidsinstrumenten worden vormgegeven. Mijn oproep: leg haalbare normen neer en laat zien hoe het wél kan… Dat was immers de verkiezingsslogan.
Marije Klever – Voorzitter BoerenNatuur
